Kennisbank
Spanning laten afvloeien
Spanning opbouwen is menselijk. Minder aandacht is er vaak voor de andere kant van de medaille: het vermogen om spanning weer los te laten.
Toch is juist dat vermogen van grote invloed op hoe we ons voelen. Het probleem ontstaat meestal niet doordat we spanning opbouwen, maar doordat het lichaam onvoldoende gelegenheid krijgt om die spanning weer af te voeren.
Spanning heeft een functie
Veel mensen zien spanning als iets negatiefs. Maar zonder spanning zouden we niet kunnen reageren op uitdagende situaties, niet kunnen presteren en niet in beweging komen.
Spanning is in feite energie die het lichaam beschikbaar maakt om met een situatie om te gaan. Het wordt pas problematisch wanneer die spanning geen uitweg meer vindt.
Het lichaam probeert spanning kwijt te raken
Wanneer spanning hoog oploopt probeert het lichaam vaak op natuurlijke wijze weer evenwicht te vinden.
Dat kan op verschillende manieren:
- Huilen na een emotionele gebeurtenis.
- Boosheid uiten tijdens frustrerende situaties.
- Een diepe zucht van opluchting na afloop van spanning.
- Ontlading na lichamelijke inspanning.
- Een gevoel van ontspanning na seksuele ontlading.
Hoewel deze reacties heel verschillend lijken, hebben ze één ding gemeen: het lichaam probeert spanning te reguleren en weer terug te keren naar een toestand van evenwicht.
Wanneer spanning zich lichamelijk uit
Soms verloopt dat proces minder subtiel. Mensen beschrijven dan bijvoorbeeld hoofdpijn, migraine, paniekklachten, vermoeidheid of spierspanning.
Hoewel dergelijke klachten vervelend kunnen zijn, loont het soms om nieuwsgierig te onderzoeken welke rol spanning mogelijk speelt. Niet iedere klacht is een manier van het lichaam om spanning af te voeren, maar spanning en lichamelijke klachten beïnvloeden elkaar vaak wel.
Merk je dat spanning zich steeds opnieuw opbouwt in je lichaam? Dan kan een onderzoek helpen om te begrijpen welke factoren hierbij een rol spelen.
Maak een afspraakWaarom herstelt de ene persoon beter dan de andere?
Na een ingrijpende gebeurtenis zien we grote verschillen tussen mensen. Sommigen vinden relatief snel hun balans terug, terwijl anderen langdurig last houden van spanning, onrust of lichamelijke klachten.
Een belangrijke vraag is dan of het lichaam voldoende gelegenheid heeft gekregen om de spanning rondom de gebeurtenis te verwerken. Herstel gaat vaak niet alleen over begrijpen wat er gebeurd is, maar ook over het reguleren van de spanning die ermee gepaard ging.
Het alertheidscentrum van het lichaam
In de hersenstam bevindt zich een netwerk dat betrokken is bij alertheid en waakzaamheid: de formatio reticularis.
Veel mensen beschrijven een verhoogde activiteit van dit systeem als:
"Ik sta voortdurend aan."
Wanneer dit systeem actief blijft, kunnen mensen moeite krijgen met ontspannen, herstellen en slapen.
Drie ingangen naar spanningsregulatie
1. De mentale ingang
Gedachten, zorgen, verwachtingen en emoties kunnen het alertheidssysteem voortdurend activeren. Soms kan begeleiding door een psycholoog helpen om patronen te herkennen en anders met spanning om te gaan.
2. De lichamelijke ingang
Ook het lichaam zelf kan bijdragen aan een gevoel van voortdurende alertheid.
- Kaakspanning.
- Nek- en schouderspanning.
- Een oppervlakkige ademhaling.
- Voortdurende spierspanning.
Lichaamsgerichte therapie, fysiotherapie of massage kunnen helpen deze signalen beter te leren herkennen.
3. De sensorische ingang
Het zenuwstelsel reageert voortdurend op prikkels. Warmte, aanraking en druk kunnen soms helpen om het lichaam tot rust te brengen.
- Een warme douche.
- Een wandeling in de natuur.
- Een verzwaringsdeken.
- Een spijkermat.
- Rustige ademhalingsoefeningen.
Er bestaat geen universele oplossing
Wat voor de ene persoon werkt, werkt niet automatisch voor de andere. Sommige mensen hebben vooral behoefte aan beweging. Anderen hebben juist baat bij rust, aanraking of een beter begrip van wat er in hun lichaam gebeurt.
Spanningsregulatie is daarom vaak geen kwestie van één techniek, maar van ontdekken welke ingang het beste aansluit bij jouw situatie.
Tot slot
Het doel is niet om nooit meer spanning te ervaren. Integendeel. Spanning hoort bij een actief en betrokken leven.
De vraag is misschien niet hoe je spanning voorkomt, maar hoe je jouw lichaam helpt om spanning weer los te laten wanneer dat nodig is. Soms begint verandering niet bij harder ontspannen, maar bij beter begrijpen hoe jouw lichaam met spanning omgaat.